Rondom de diensten
In de komende periode hopen wij D.V. de volgende voorgangers te begroeten.
Zondag 2 augustus om 9.30 uur Ds. H.J. Franzen uit Pijnacker
Zondag 9 augustus om 9.30 uur Ds. D.C. Groenendijk.
U/jij bent van harte welkom!
Collecten
- Diaconie
- Kerk
Uitgang – toekomst van ons kerkgebouw
Tijdens of na de diensten kunt u geven aan de diverse collecten via het Donatieportaal van onze website of via de app “Appostel”.
U kunt uw bijdragen ook overmaken. Dat kan op de volgende banknummers;
- Diaconie: NL75RABO0160234751
- Kerkrentmeesters: NL61RABO0160200083
Hartelijk dank voor uw/jouw gift.
Meeleven
Als u te maken hebt met ziekte, grote of kleine zorgen weet dan dat God mét u is. Hij zegt in Jesaja 41:10 “Ik zal je sterken, Ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.” Dat u dat ook zo mag ervaren.
De Loods
De Loods is weer geopend op de onderstaande data:
- vrijdag 7 augustus 2026 van 13.00 uur tot 16.00 uur
- zaterdag 8 augustus 2026 van 10.00 uur tot 12.30 uur
De Loods vindt u achter supermarkt Heikoop.
Groeten van het Loodsteam
Vakantie
Het is volop vakantietijd. Of u nu op vakantie gaat of thuis blijft, we wensen u een goede en gezegende ‘rust’ tijd toe.
Doe voorzichtig, geniet van uw vrije tijd, van Gods wondermooie schepping en van elkaar. We hopen dat u na de vakantie weer uitgerust, opgeladen en vol energie aan een nieuw seizoen kunt beginnen.
Vervanging tijdens zomervakantie
Ds. Groenendijk heeft vakantie. Tijdens zijn afwezigheid nemen collega’s voor hem waar. Mocht u in deze periode contact met een dominee wensen, wilt u dan contact opnemen met de contactpersoon voor de kerk: Peter de Lange, Oud Piershilseweg 7, Piershil, 06-10067097, pdlange@upcmail.nl. Hij legt dan vervolgens contact met de waarnemer.
Overwegingen voor de vakantieperiode
De zon schijnt volop en de vakantieperiode staat voor sommige mensen voor de deur. Of u nu op vakantie gaat of gewoon thuis bent, vaak is de zomer een rustigere periode die gebruikt kan worden om te reflecteren.
Wat vind ik waardevol om te doen? Waar ben ik goed in? Zou ik dingen willen veranderen? Wellicht wilt u bovenstaande eens overdenken wanneer u door de bergen wandelt of met uw voeten in de zee zit? Of misschien ook als u gewoon met uw dagelijkse bezigheden bezig bent in Piershil en omgeving.
Uw talenten kunnen vast bij een van de kerkelijke activiteiten tot hun recht komen! Als u tot de conclusie komt dat u iets nieuws of iets anders zou willen doen voor de kerk laat het dan weten!
Fijne zomer gewenst!
Marjolein Nieuwenhuizen
Weeksluiting
Wekelijks is er op vrijdagavond een weeksluiting in Heemzicht, georganiseerd door de gezamenlijke kerken van Korendijk. Deze viering begint om 18.30 uur en wordt gehouden in het restaurant. De bewoners van het
verzorgingshuis en de aanleunwoningen worden van harte hiervoor uitgenodigd!
Schoonmaken kerk.......vele handen maken licht werk
Heel fijn dat er iedere keer toch aardig wat handen zijn die mee willen helpen om de kerk schoon en fris te houden. Het lukt
iedereen niet altijd om op de zaterdag aanwezig te zijn maar sommigen kiezen er dan voor om door de week even een doek
ergens over te halen.
De eerstvolgende keer dat we weer bij elkaar willen komen om gezamenlijk te soppen, te zemen en te dweilen is
zaterdag 1 augustus.
Aanvang 9.00 uur en na afloop, meestal na een uurtje, staan de koffie en thee klaar.
Je hoeft je niet op te geven, je bent van harte welkom om mee te doen.
Startzondag 27 september 2026
Bij leven en welzijn zullen we met elkaar als leden van onze gemeente op zondag 27 september het nieuwe winterseizoen
feestelijk beginnen, ditmaal met een startzondag.
We hopen dat u erbij bent!
Liturgie voor de dienst op 9 augustus 2026
om 9.30 uur in de Dorpskerk te Piershil
Thema: Geroepen (roeping van Gideon)
Welkom en afkondigingen
Intochtslied: Psalm 67: 1 en 3 (God zij ons gunstig en genadig)
Stil gebed
Bemoediging en groet
Gebed van toenadering
Woord van genade: Jesaja 1: 18b
18b Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.
Leefregel: Leviticus 19: 1-4, 11-18
1De HEER zei tegen Mozes: 2‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want Ik, de
HEER, jullie God, ben heilig. 3Toon ontzag voor je moeder en je vader, en neem
steeds mijn sabbat in acht. Ik ben de HEER, jullie God. 4Laat je niet in met afgoden en maak geen
godenbeelden. Ik ben de HEER, jullie God. 11Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. 12Leg
geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de
HEER. 13Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit. 14Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER. 15Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek
onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je
naasten. 16Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien.
Ik ben de HEER. 17Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 18Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.
Zingen: Psalm 119: 1 en 3 (Welzalig wie de rechte wegen gaan)
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
Moment voor de kinderen
Zingen: HH 687: 1,2 en 3 (Maak ons tot een stralend licht voor de volken)
1e Schriftlezing: Rechters 6: 1-24, 33-40
Gideon geroepen
1-2Maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde Hij hen uit aan het volk van Midjan, dat hen zeven jaar achtereen kwam plunderen. Uit angst voor de Midjanieten richtten de Israëlieten in bergspleten, grotten en op andere moeilijk bereikbare plekken schuilplaatsen in. 3Elk jaar wanneer het gewas op het veld stond, kwamen de Midjanieten, de Amalekieten en nog andere woestijnvolken uit het oosten aanzetten en vielen ze Israël binnen. 4Ze sloegen er hun tenten op en vernietigden de oogsten, tot helemaal in Gaza. Niets lieten ze voor de Israëlieten over om van te leven, nog geen schaap, geen rund en geen ezel. 5Als een zwerm sprinkhanen kwamen ze aanzetten met hun vee en hun tenten: een onafzienbare massa mensen en dromedarissen die het land binnenviel en alles verwoestte. 6Door toedoen van Midjan verviel Israël tot bittere armoede, en het volk riep de HEER te hulp. 7Toen de Israëlieten de HEER tegen de Midjanieten te hulp riepen, 8stuurde Hij een profeet, die hun zei: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik ben het die jullie uit Egypte heeft geleid, Ik heb jullie verlost uit de slavernij. 9Ik heb jullie bevrijd uit de greep van de Egyptenaren en van de volken die jullie hier bedreigden; die heb Ik voor jullie weggejaagd en Ik heb jullie hun land gegeven. 10En Ik heb jullie gezegd: Ook al wonen jullie nu in het land van de Amorieten, hun goden mogen jullie niet vereren want Ik, de HEER, ben jullie God. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat Ik zei.’ 11Toen kwam de engel van de HEER en Hij nam plaats onder de terebint bij Ofra, op het land van Joas, een afstammeling van Abiëzer. Joas’ zoon Gideon was juist bezig tarwe te dorsen. Om ervoor te zorgen dat de Midjanieten de tarwe niet zouden zien, deed hij dat in de wijnpers. 12De engel van de HEER vertoonde zich aan hem en zei: ‘De HEER zij met je, dappere krijgsman.’ 13‘Mag ik U vragen,’ antwoordde Gideon, ‘als de HEER ons werkelijk bijstaat, waarom overkomt dit ons dan allemaal? Waar blijft Hij dan met zijn wonderbaarlijke daden, waarover onze voorouders hebben verteld? Uit Egypte heeft Hij ze geleid, zeiden ze toch? Maar nu heeft Hij ons in de steek gelaten en uitgeleverd aan de Midjanieten!’ 14Toen wendde de HEER zich tot Gideon en zei: ‘Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht.’ 15‘Mag ik U vragen,’ antwoordde Gideon, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie.’ 16De HEER antwoordde: ‘Dat kun je omdat Ik je bijsta. Je zult de Midjanieten verslaan alsof je met niet meer dan één man te doen had.’ 17Toen zei Gideon: ‘Heer, als U het bent die tot mij spreekt en ik uw gunst geniet, geef me dan een teken. 18Gaat U vooral niet weg, ik wil iets halen om U aan te
bieden.’ ‘Goed,’ antwoordde de HEER, ‘Ik blijf hier totdat je terugkomt.’ 19Gideon ging snel naar huis, maakte een geitenbokje klaar en bakte ongedesemd brood van een efa tarwebloem. Hij legde het vlees in een mand en goot het kookvocht in een kom, bracht het naar degene die onder de terebint zat te wachten en bood het Hem aan. 20De engel van God zei tegen hem: ‘Leg het vlees en de broden hier op dit rotsblok en giet het kookvocht erover uit.’ Gideon deed wat hem gevraagd was. 21Toen raakte de engel van de HEER met het uiteinde van zijn staf het voedsel aan en meteen laaide er een vuur uit het rotsblok op dat het vlees en de broden verteerde. Tegelijk was ook de engel van de HEER verdwenen. 22Toen begreep Gideon dat het de engel van de HEER was geweest, en hij riep uit: ‘Ach HEER, mijn God! Ik heb oog in oog gestaan met de engel van de HEER!’ 23Maar de HEER stelde hem gerust: ‘Je hoeft niet bang te zijn, je zult niet sterven.’ 24Gideon bouwde op die plek een altaar voor de HEER, en noemde het ‘De HEER geeft rust’. Tot op de dag van vandaag staat dat altaar in Ofra, waar de afstammelingen van Abiëzer wonen. 33Weer sloten de Midjanieten, de Amalekieten en
andere woestijnvolken uit het oosten zich aaneen. Ze staken de Jordaan over en sloegen hun tenten op in de vallei van Jizreël. 34Toen kwam de geest van de HEER over Gideon. Hij blies op de ramshoorn om de afstammelingen van Abiëzer onder de wapenen te roepen 35en zond boden naar het gebied van Manasse om daar iedereen op te roepen. Hij stuurde ook boden naar de stammen Aser, Zebulon en Naftali, en ook die voegden zich bij hem. 36Toen zei Gideon tegen God: ‘Ik wil graag weten of het werkelijk uw bedoeling is door mijn toedoen Israël te bevrijden, zoals U hebt gezegd. 37Daarom leg ik hier op de dorsvloer een wollen vacht. Als er morgenochtend dauw ligt op de wol terwijl de grond eromheen droog is, dan weet ik zeker dat U inderdaad door mijn toedoen Israël zult bevrijden.’
38En zo gebeurde het. De volgende morgen wrong Gideon de wol uit. En er kwam water uit, wel een
kom vol. 39Toen zei Gideon tegen God: ‘U moet niet kwaad op me worden als ik nog één keer aandring, maar ik wil nog een laatste proef nemen: nu moet de wol droog blijven en de grond eromheen nat zijn van de dauw.’ 40Die nacht deed God wat Gideon had gevraagd: de wol bleef droog en de grond eromheen werd nat van de dauw.
Zingen: Lied 840: 1 en 2 (Lieve Heer, Gij zegt ‘kom’ en ik kom)
2e Schriftlezing: 1 Korintiërs 1:26-2:5
26Denk eens aan het moment van uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die
naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname
afkomst waren. 27Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te
beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; 28wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. 29Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen. 30Maar u bent door Hem één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. In Christus zijn wij rechtvaardig en heilig, en in Hem zijn wij verlost, 31opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’ 1Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. 3Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
Zingen: Lied 840:3 (Want o Heer, ik zeg ‘kom’ en Gij komt)
Preek
Zingen: HH 686: 1,2 en 3 (Leid mij, Heer, o machtig Heiland)
Dankgebed en voorbeden
Inzameling van de gaven
Slotlied: Psalm 145: 1 en 2 (O Heer, mijn God, Gij koning van ’t heelal)
Zegen
Zingen: Lied 415:3 (Amen, amen, amen!)